Meer of minder…

Nederland blijft maar rijden! Er staan nu ruim 9,2 miljoen auto’s op de weg. Dat is meer dan de bevolking groeit. Ongeveer 3 op de 4 huizen hebben minstens één auto. De helft heeft er één, en zo’n 25% helemaal geen.

Leuke feitjes op een rij:

  • Groeiend wagenpark: Van 1990 tot 2020 steeg het gemiddelde van 0,8 naar bijna 1,1 auto per huishouden.

  • Wie heeft er hoeveel: 6% van de huishoudens bezit 3 of meer auto’s – goed voor 18% van alle auto’s in Nederland!

  • Waar woon je? In de stad heb je vaak genoeg aan OV of een fiets (0,6 auto per huishouden). Op het platteland is een auto bijna altijd nodig.

  • Leeftijd: Particulier autobezit en elektrische auto’s komen vooral voor bij oudere mensen van 40–60 jaar.

  • Nederland vs. de rest: Per inwoner hebben wij meer auto’s dan Frankrijk, Zweden en het VK.

  • Toekomst: In 2030 zouden er naar verwachting 9,5 miljoen auto’s op de weg kunnen staan.

Jongeren en auto’s: nog steeds een droom?
Veel jongeren dromen nog van een auto. Het geeft je toch een gevoel van ultieme vrijheid. Maar niet elke jongere staat te springen om een eigen auto. Want een auto kopen en onderhouden is duur. Brandstof, verzekering, reparaties… dat tikt flink aan voor wie studeert of net begint met werken.

Een eigen auto is niet meer de standaard voor iedereen. Maar mobiel blijven? Dat doen we nog steeds, soms sneller, slimmer en groener dan ooit. Voor jongeren staat deze steeds vaker op de parkeerplaats van deelplatforms.

Volgende
Volgende

Bijna 300 km/per uur..op de fiets